
De abdij en haar tuinen

Achter het abdijgebouw werden zo'n twintig jaar geleden, de tuinen opnieuw aangelegd zoals de Mauristen ze in 1683 hadden ontworpen, waarbij de vroegere middeleeuwse tuin fors werd uitgebreid. Ze werden beïnvloed door de stijl van het einde van de renaissance en koppelden de erfenis van de middeleeuwse tuinen aan die van de Italiaanse tuinen, aangepast aan de meer sobere stijl van de Fransen.
De aanleg in vier terrassen, in verschillende niveaus op de helling, is typisch voor de Italiaanse tuinen. In Boscherville zijn ze geschikt rond een majestueuze centrale as die van het monnikengebouw opklimt tot aan het paviljoen der winden, dat elegante gebouw dat de tuinen overheerst.
De schikking van de tuinen ligt helemaal in de lijn van de majestueuze architectuur van de gebouwen. De in piramidevorm gesnoeide taxusbomen verlenen de sobere en strikte toets van de Franse stijl.

Onderaan stammen de vierkante borders, waar zich groenten, bloemen en geneeskrachtige kruiden vermengen, recht uit de middeleeuwen toen de geometrische orde de regel was, in tegenstelling tot de duivelse wanorde van soorten. In deze tuinen lopen vier delen van onder naar boven trapsgewijs op. Men treft er eerst twee kweekniveaus aan:
Veel van onze kathedralen hebben een labyrint, denken we maar aan dat van Chartres of Amiens. De gelovigen volgden er op de knieën de complexe tekeningen die de moeilijkheden en hindernissen van het leven voorstellen voor men het hemelse Jeruzalem bereikt. In Boscherville werd nabij het paviljoen der winden recent een labyrint in taxusbomen geplant, wat een speelse dimensie verleent aan deze historische herinnering.
Twee andere niveaus erboven waren uitsluitend bedoeld als lust voor het oog: de perken en de groepjes haagbeuken. De tuinen koppelden dus het nuttige aan het aangename.
